Het ‘Sixpack’

« Back to Glossary Index

Het ‘Six-pack’, dat in november 2011 in werking is getreden, heeft de economische en budgettaire governance in de lidstaten van de EU versterkt. Drie verordeningen hebben meer in het bijzonder betrekking op de hervorming van de twee delen, het preventieve en het corrigerende deel van het Stabiliteits- en Groeipact. De bepalingen betreffende het preventieve deel versterken het toezicht op de begrotingen van de lidstaten en voeren een sanctiemechanisme in voor het geval dat de EU-begrotingsdoelstelling niet wordt gehaald. Ze bieden ook een rechtsgrondslag voor het Europees semester, dat tot dusver geen bindende rechtsgrondslag had. De bepalingen inzake het corrigerende deel versterken de sancties voor buitensporige tekorten.

Twee verordeningen breiden het toezicht tevens uit tot alle macro-economische onevenwichtigheden, waarbij preventieve en corrigerende maatregelen worden ingevoerd, zoals in het Stabiliteitspact. Tot slot bevat de richtlijn voorschriften betreffende de kenmerken waaraan de begrotingskaders van de lidstaten moeten voldoen om te waarborgen dat zij hun buitensporigtekortverplichting nakomen.

Het preventieve deel stelt landspecifieke middellangetermijnbegrotingsdoelstellingen (MTD’s) voor de lidstaten vast, geformuleerd in termen van structureel evenwicht, om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te waarborgen. Met de ‘Six-pack’ werd een nieuw criterium ingevoerd, namelijk dat van een minimale structurele inspanning die jaarlijks moet worden geleverd, gemeten aan de hand van de ontwikkeling van de overheidsuitgaven. Het groeipercentage van de overheidsuitgaven, ongerekend nieuwe maatregelen aan de ontvangstenzijde, moet dus lager liggen dan het potentiële groeipercentage van het bbp op middellange termijn voor landen die hun MTD nog niet hebben bereikt, en mag dit percentage niet overschrijden voor landen die hun doelstelling al wel hebben bereikt. De naleving van dit nieuwe criterium wordt door de Commissie en de Raad in aanmerking genomen in het kader van een algemene analyse van de vraag of er voldoende vooruitgang is geboekt bij het verwezenlijken van de middellangetermijndoelstelling. Voor meer informatie.

Met de ‘Six-pack’ werden ook sancties in het preventieve deel van het SGP opgenomen. Zo kan de Raad, indien hij vaststelt dat een lidstaat geen gevolg heeft gegeven aan een aanbeveling om een afwijking van het traject aan te pakken, verlangen dat de betrokken lidstaat bij de Commissie een rentedragend deposito stort van 0,2% van het BBP. Dit besluit wordt genomen met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. Dit deposito kan vervolgens worden omgezet in een niet-rentedragend deposito uit hoofde van het corrigerende deel van het Stabiliteitspact.

De ‘six pack’ versterkt het criterium van de overheidsschuld. Tegen elke staat waarvan de overheidsschuld meer dan 60% van het bbp bedraagt, zal een buitensporigtekortprocedure worden ingeleid indien het verschil tussen zijn schuldniveau en de drempel van 60% niet elk jaar (gemiddeld over een periode van drie jaar) met 1/20 wordt verminderd.

Ten slotte wordt met de ‘six pack’ een nieuwe procedure bij buitensporige onevenwichtigheden ingevoerd in de vorm van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing dat gericht is op het voorkomen van situaties van macro-economische onevenwichtigheden, naar het model van de procedure bij ‘buitensporige overheidstekorten’. Het waarschuwingssysteem, dat gebaseerd is op een reeks economische indicatoren (saldo op de lopende rekening, percentage overheidsschuld en percentage particuliere schuld, onroerendgoedprijzen, enz.) maakt het mogelijk onevenwichtigheden vroegtijdig op te sporen.  Indien de onevenwichtigheid als buitensporig wordt beschouwd, kan tegen de betrokken lidstaat een ‘procedure bij buitensporige macro-economische onevenwichtigheden’ worden ingeleid en zal deze lidstaat een plan met corrigerende maatregelen moeten vaststellen, met een precies tijdschema en termijnen.
Indien de Raad van oordeel is dat de betrokken lidstaat passende maatregelen heeft genomen, wordt de procedure opgeschort en kan zij worden afgesloten indien de Raad concludeert dat de onevenwichtigheid niet langer als buitensporig wordt beschouwd.

« Back to Glossary Index