Procedure bij buitensporige tekorten

« Back to Glossary Index

Procedure die door de Raad, op aanbeveling van de Europese Commissie, wordt ingeleid tegen een EU-lidstaat die de in het stabiliteits- en groeipact van de EU vastgestelde limiet voor het begrotingstekort overschrijdt. De procedure bestaat uit verschillende stappen, die kunnen leiden tot sancties, en heeft tot doel de betrokken lidstaat ertoe aan te zetten zijn begrotingstekort onder controle te brengen, zoals vereist is voor de goede werking van de Economische en Monetaire Unie.

De buitensporigtekortprocedure (BTP) moet ervoor zorgen dat de landen van de Europese Unie (EU) hun buitensporige tekorten of schulden corrigeren. De Europese Commissie kan een BTP starten tegen elk EU-land dat een van de twee genoemde regels van het stabiliteits- en groeipact (SGP) niet naleeft: (1) de voor het tekort geldende bovengrens van 3% van het bbp hebben overschreden of dreigen te overschrijden; of de schuldregel hebben overtreden door een overheidsschuld van meer dan 60% van het bbp te hebben en deze niet in een bevredigend tempo te laten afnemen. Dit betekent dat het verschil tussen het schuldniveau van een land en het referentieniveau van 60% met 1/20e per jaar moet worden verminderd (gemiddeld over 3 jaar).

In wezen is het aan de Commissie om na te gaan of de lidstaten aan deze criteria voldoen. Indien een van deze criteria wordt overschreden, zal een verslag worden opgesteld. Vanaf dat ogenblik is het onderzoek van de Commissie niet langer beperkt tot deze criteria alleen, maar houdt het rekening met alle andere relevante factoren. Alleen al het risico van een buitensporig tekort geeft de Commissie het recht een verslag op te stellen. De opstelling van het verslag is onderworpen aan een advies van het Economisch en Financieel Comité en wordt gevolgd door een dialoog met de betrokken lidstaat. De Raad wordt op de hoogte gebracht. Opdat een tekort als buitensporig gekwalificeerd zou worden, wordt geen mechanisch gebruik gemaakt van de criteria. Het gaat om een echte juridische beslissing. Zo is het de Raad die, op voorstel van de Commissie, “na een algehele evaluatie besluit of er al dan niet een buitensporig tekort bestaat”. Ingevolge dit besluit stelt de Raad, op basis van een aanwijzing van de Commissie, aanbevelingen vast die hij aan de betrokken lidstaat richt. Deze aanbevelingen zijn niet openbaar. Dat worden ze alleen als de staat niet optreedt. Het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur (VSCB) versterkt de invloed van het voorstel van de Commissie. Artikel 7 bepaalt dat “de verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben, zich ertoe verbinden hun steun te verlenen aan voorstellen of aanbevelingen van de Europese Commissie wanneer zij van mening is dat een lidstaat van de Europese Unie die de euro als munt heeft, niet aan het tekort-criterium voldoet in het kader van een buitensporigtekortprocedure”. Weigering om een voorstel van de Commissie te volgen is krachtens dit artikel alleen mogelijk met een gekwalificeerde meerderheid.

Voor meer informatie.

Ā« Back to Glossary Index