Flexibiliteit van de Europese begrotingsregels

« Back to Glossary Index

In januari 2015 heeft de Commissie uitgelegd hoe zij de flexibiliteit van de huidige regels van het stabiliteits- en groeipact wil maximaliseren ten gunste van een groeivriendelijk begrotingsbeleid. De preventie-inspanningen die hiertoe worden geleverd, zullen beter rekening houden met de economische situatie in de lidstaten, de daadwerkelijke uitvoering van structurele hervormingen bevorderen en investeringen stimuleren.

De lidstaten kunnen investeringen bevorderen door tijdelijk af te wijken van hun middellangetermijndoelstelling of van het budgettaire aanpassingstraject in het kader van het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact. De lidstaten kunnen deze zogenaamde investeringsclausule echter alleen onder zeer strikte voorwaarden toepassen. Ze is namelijk alleen van toepassing op landen met een negatieve reële bbp-groei of waar het bbp aanzienlijk onder het potentiële niveau blijft, wat resulteert in een negatieve output gap van meer dan 1,5% van het bbp. Nationale investeringsuitgaven komen ook alleen in aanmerking als de projecten worden medegefinancierd door de EU in het kader van het structuur- en cohesiebeleid, de trans-Europese netwerken en de Europese interconnectiefaciliteit, of als ze worden medegefinancierd door het Europees Fonds voor strategische investeringen. Het investeringsniveau moet dus inderdaad stijgen. De afwijking mag niet leiden tot een overschrijding van de begrotingstekortdrempel van 3% en er moet een veiligheidsmarge in acht worden genomen.

De afwijking moet ook worden gecompenseerd binnen het tijdsbestek van het stabiliteits- of convergentieprogramma van de lidstaat, d.w.z. binnen vier jaar na de inwerkingtreding van de investeringsclausule. De EG past dit laatste criterium toe op grond van de eis dat het verschil tussen het structurele begrotingssaldo en de middellangetermijndoelstelling niet groter mag zijn dan 1,5 procentpunt van het bbp. Deze voorwaarden kunnen als streng worden omschreven omdat slechts een beperkt aantal landen eraan voldoet: vijf lidstaten van de eurozone in 2015 om precies te zijn, en alleen Finland kwam in 2016 nog in aanmerking.

Ā« Back to Glossary Index